De schouder alleen is al een bewegingsketen van 4 gewrichten en is onderdeel van een keten met wervelkolom en ribbenkast.

Bij de schouder staat het glenohumeraal (GH) gewricht op de voorgrond. De kop van de humerus vormt een kogelgewricht met het glenoid, de kom in de scapula. Toch komt hier maar een deel van de beweging uit. Bij de meeste schouderbewegingen beweegt de scapula ook ten opzichte van de thorax in het scapulothoracaal (ST) gewricht en ten opzichte van de clavicula in het acromioclaviculair (AC) gewricht. De clavicula beweegt ten opzichte van het sternum in het sternoclaviculair (SC) gewricht Zelfs de wervels in de cervicothoracale overgang (CTO) en daarmee ook de bovenste ribben bewegen mee bij grote uitslagen in de schouder. De schouder is dus een bewegingsketen.
Alleen het eerste deel van de exorotatie en endorotatie in neutrale stand zijn bewegingen die grotendeels in het GH gewricht plaatsvinden. Zodra de elleboog van de romp vandaan beweegt moet het ST gewricht, en daarmee ook de AC en SC gewrichten, ook bewegen. Bij abductie en anteflexie vindt 1/3 van de beweging plaats in het GH gewricht en 2/3 in het ST gewricht. Bij abductie verplaatst de scapula naar lateraal, craniaal en ventraal en draait de scapula om haar voorachterwaartse as. Dit dwingt de clavicula in elevatie en rotatie achterover om haar lengteas.