In Manu Medici

patiëntenzorg - onderwijs - kennisbank

Han Tan is afwezig 
van 24 juli tot 23 augustus

De stand van de wervelkolom bepaalt voor een belangrijk deel de schouderfunctie

Diagnose

Het lichamelijk onderzoek begint met inspectie. Bij inspectie wordt gelet op de huid (kleur, structuur), contouren (abnormale zwelling, atrofie) en stand van wervelkolom, schoudergordel en schouderblad.

In deze fase komen houdingsafwijkingen aan het licht.

Normaliter staat de wervelkolom lumbaal in lichte lordose, thoracaal in kyfose en cervicaal weer in lordose. Bij een ideale stand staan de oren (uitgang gehoorgang), schouders (schouderkop), heupen (trochantercomplex) en enkels (laterale malleolus) op één verticale lijn.

De meest voorkomende houdingsafwijking is een sagittale (voor achterwaartse) afwijking: een thoracale hyperkyfose, vaak gecompenseerd door een midcervicale hyperextensie en een protractie van het hoofd. Dit probleem wordt hieronder in detail besproken.

Bij de inspectie komt ook een eventuele scoliose (een zijwaartse kromming van de wervelkolom) aan het licht, die ook invloed heeft op de schouderfunctie. Behandeling van een scoliose valt buiten het bestek van dit hoofdstuk.

Op dit punt wordt ook de schouderhoogte beoordeeld. Normaliter hangt de dominante schouder lager dan de niet dominante. Door meer gebruik is de dominante schouder soepeler dan de andere zijde en zal deze in ontspannen houding onder invloed van de zwaartekracht lager hangen. Als de dominante schouder hoger staat, staat er een verhoogde spanning op de spieren aan die zijde. Dat is reden om extra alert te zijn op onderliggende oorzaken. Als pijn niet de oorzaak is, wees dan bedacht op instabiliteit (zie 6.2 Exorotatie niet beperkt).

In het bovenste deel van de wervelkolom is bij een afwijkende houding vrijwel altijd sprake van een thoracale hyperkyfose. Dit leidt tot een protractie van de schouders. Bovendien moet de hyperkyfose in de cervicale wervelkolom gecompenseerd worden om het hoofd recht te houden. Dit leidt tot een hyperlordose/hyperextensie midcervicaal en een protractie van het hoofd.
De lumbale wervelkolom (LWK) wordt door het verplaatste zwaartepunt overbelast. Dit wordt vaak “opgelost” door de lumbale wervelkolom in zijn eindstand op slot te zetten. De LWK staat in hyperlordose met voorover kantelen van het bekken, of met een verstreken lordose met een achterover gekanteld bekken. Behalve schouderklachten kunnen ook nekpijn en/of lage rugpijn aanwezig zijn.

Houdingsafwijkingen geven een beperking in de abductie en nog duidelijker de anteflexie van de schouder. Zowel bij hyperkyfose (door meer spanning op de ligamenten) als bij hyperlordose (doordat de gewrichtsvlakken van de facetgewrichten op elkaar gedrukt worden) kunnen de gewrichtsvlakken minder ten opzichte van elkaar bewegen.

Behandeling

Na correctie van de houding verbetert de mobiliteit onmiddellijk. Deze correctie moet vaak starten met de juiste lordose in de LWK onderin en eindigen bij retractie van het hoofd bovenin. De correcte houding automatiseren kan met oefentherapie. Het automatiseren van een nieuwe houding vraagt enerzijds gewenning, maar vaak ook spierversterking omdat het een actievere houding is. De spieren worden meer belast en de ligamenten en gewrichtsvlakken minder. Het automatiseren duurt lang (6-12 maanden), maar hoeft niet de gehele periode intensief begeleid te worden.